Nine Inch Nails - Pretty Hate Machine (2010 Remaster) - Recensie
 |
|
4.0 |
Toen Trent Reznor, de enige man achter Nine Inch Nails, eind jaren tachtig in zijn vrije tijd wat liedjes in elkaar knutselde in de studio waar hij werkzaam was, had hij vast niet gedacht dat een hele generatie alternatieve jeugd ze even later zou meebrullen. Reznor speelde in de jaren daarvoor in diverse synthpopbands, een invloed die op het toch behoorlijk harde debuut Pretty Hate Machine uit 1989 terug te horen is. De songs zijn goeddeels elektronisch, met hoofdrollen voor beukende synthriffs, rammende drummachines en vervormde gitaren. Des te knapper dus, dat Reznor al die elektronica heeft weten te koppelen aan pure emotie, met als meest sprekende voorbeelden de huiveringwekkende ballad (!) Something I Can Never Have en het opzwepende Head Like A Hole, dat uiteindelijk zijn doorbraak zou betekenen. Reznor maakte in de jaren daarna zeker nog betere albums, maar het begon toch allemaal maar mooi met Pretty Hate Machine – dat op deze remaster gelukkig een stuk voller klinkt dan de meest recente heruitgave uit 2005.
|
|
|