Trijntje Oosterhuis - Sundays In New York - Recensie
 |
|
3.0 |
Het kan niemand zijn ontgaan dat Trijntje Oosterhuis’ nieuwe album Sundays In New York in een oplage van 750.000 exemplaren gratis werd verspreid door het AD; een ludieke marketingstunt waarmee zij zich de woede van entertainmenttycoon Hans van Breukhoven op de hals haalde. ‘Trijntje hoeft met haar nieuwe werk bij ons niet meer aan te komen,’ luidde zijn commentaar ‘ – een belofte die hij makkelijk waar kan maken, want als het zo doorgaat met de cd-verkoop, is er op korte termijn tóch geen winkel meer open. Anyway, bijna een miljoen mensen kon dus kennis maken met Sundays In New York, het bigbandalbum vol r&b-standards dat Oosterhuis altijd al had willen maken. De ouverture, het funky, samen met haar broer geschreven Everything Has Changed, zet de toon: dit is vakwerk, maar hoe kan dat ook anders wanneer je samenwerkt met het Clayton-Hamilton Jazz Orchestra. Edoch, het Cruijff-adagium ‘elk voordeel heb z’n nadeel’ geldt ook hier. Dit album hebben we, weliswaar met andere stemmen en liedjes, al honderden keren gehoord. Hardcore jazz- en r&b-freaks moeten er dus maar niet aan beginnen. Maar die hebben het AD die zaterdag waarschijnlijk ook niet gekocht.
|
|
|