|
Met het onlangs verschenen vijftiende studioalbum van Killing Joke, MMXII getiteld, bewezen de Britse post-punkpioniers ook 33 jaar na oprichting van de band nog spannende en goede albums af te kunnen leveren. Maar weet de band die kwaliteit vandaag de dag ook nog naar het podium te vertolken? Niet helemaal, zo bleek in de Melkweg.
Vorig jaar stond de band nog op het podium van het Utrechtse Tivoli, als onderdeel van het jaarlijkse gothic-festijn Summer Darkness. Dit jaar maakt de band in ons land, naast het optreden in de Melkweg, echter zijn opwachting op het rock- en metalfestival Roadburn te Tilburg. Dit bewijst dat Killing Joke ook vandaag de dag onder veel verschillende soorten muziekliefhebbers waardering geniet, en het gevarieerde publiek vanavond in de Melkweg onderstreept die conclusie eens te meer. Jongeren in shirts van bands als Ministry en The Offspring, dertigers met hippe brillen en dito sjaaltjes, veertigers en vijftigers in nette overhemden: ze hebben allemaal één ding gemeen en dat is Killing Joke.

Slordig Na een kort intro opent de band met European Super State, afkomstig van het in 2010 verschenen album Absolute Dissent. Tijdens het refrein wordt duidelijk dat zanger Jaz Coleman niet al te best bij stem is. Hij houdt zich in om de hoge noten te halen, waardoor zijn vocalen nog maar moeilijk hoorbaar zijn. Ook de gitaar staat in eerste instantie te zacht, maar gelukkig wordt dit na een song of drie gecorrigeerd. Het valt echter op dat de band wat slordig speelt. Zo zingt Coleman tijdens het nieuwe Fema Camp een keer te lang door en laat ook bassist Martin ‘Youth’ Glover af en toe een steekje vallen. Toch vrij opmerkelijk voor een band die al zo lang bestaat, maar wellicht moet de band simpelweg nog wat routine ontwikkelen in het spelen van het nieuwe materiaal?

Maniakaal Aangezien Killing Joke het qua podiumpresentatie enkel en alleen moet hebben van de maniakale gezichtsuitdrukkingen van Coleman en de houterige heupbewegingen van Youth -er wordt tussen de nummers door geen woord gesproken- oogt de show nogal statisch. Wanneer Coleman halverwege de set het intro van Asteroid de zaal in buldert, komt het publiek echter eindelijk los en wordt de song, evenals het daaropvolgende The Great Cull, luidkeels en met de vuisten in de lucht meegebruld. Iets meer interactie zou de band daarom goed doen, want de tweede helft van het optreden is hierdoor gelijk een stuk interessanter.
Love Like Blood Na zo’n anderhalf uur en een toegift bestaande uit de klassiekertjes Requiem en het onvermijdelijke Wardance, zoekt Killing Joke de kleedkamer weer op. Wat? Geen Love Like Blood? Inderdaad, het nummer wordt niet gespeeld. Wanneer een band uit zo’n rijk heden en verleden kan putten zien we dat echter door de vingers. Maar de volgende keer wel nog ietsje strakker graag.
Gezien op woensdag 11 april in Melkweg, Amsterdam Foto's: Luuk Denekamp

|