Deep Purple in Concert with Orchestra in Gelredome - Concertrecensie |
| Geschreven door Mark Dyson | ||||||||||||
| zaterdag, 03 december 2011 14:36 | ||||||||||||
|
Die gloriedagen mogen dan ver in het verleden liggen, de Britse vaders van de hardrock krijgen nog met gemak vijftienduizend man naar het Gelredome. En soort zoekt soort: het zijn toch vooral heren op leeftijd die de band bezoeken. Zouden ze dan toch alleen komen om Gillan nog één keer When A Blind Man Cries te horen krijsen? Hoe dan ook hebben fans van het eerste uur weinig te klagen. De band kende vele gedaantes, maar met zanger Ian Gillan en bassist Roger Glover is de basis nog grotendeels intact. Natuurlijk speelt ook drummer van het eerste uur Ian Paice nog steeds mee. Gitarist Ritchie Blackmore wordt al sinds 1994 vervangen door Steve Morse, en ook toetsenist Don Airey mag na tien jaar geen nieuweling meer heten. Ook de setlist is een ode aan het verleden, maar toch klinken de mannen van Deep Purple anders met hordes violisten achter de ruggen. Het is bij de ouverture nog even onwennig, maar vanaf Highway Star benadrukken de aanzwellende violen alleen maar de intensiteit van Deep Purple’s muzikale geweld. Desondanks is het niet de geluidsmuur als geheel die indruk maakt, want daarvoor stelen de fenomenale solo’s de show. De ‘nieuwelingen’ krijgen direct de kans hun talent te bewijzen, met een overweldigende keyboardpartij van Airey in Hard Lovin’ Man. Morse mag vervolgens hetzelfde doen in Maybe I’m A Leo. Daarna is het duidelijk: Deep Purple hoort qua instrumentale beheersing nog steeds tot de absolute toppers.
Bovenmenselijk Naarmate het concert vordert, begint dan ook de twijfel te stijgen over nut van de opzet. Ook zonder symfonieorkest zouden deze grootmeesters ons steil achterover laten slaan. Daarbij zijn er veel nummers waar de extra strijkpartijen de songs nauwelijks naar grotere hoogtes tillen. Een genot is dan ook Rapture Of The Deep, dat geschreven lijkt voor een uitvoering als deze. De grootsheid van deze song blijkt pas echt nu de dreigende gitaarriff wordt vertolkt door een immens strijkersorkest. Helaas worden lang niet alle nummers op deze wijze heruitgevonden. Wél onherkenbaar veranderd is When A Blind Man Cries, de nieuwe orkestrale benadering is enigszins noodgedwongen, want de bovenmenselijke uithalen van weleer zijn voor de 66-jarige Gillan inmiddels onbereikbaar. Verder staat hij zijn mannetje nog als zanger, maar overweldigd in het orkestrale bombast heeft zijn stem niet meer de ooit zo prominente rol. Overdaad Het meest overweldigende van de avond is dan ook niet de orkestrale toevoeging, maar het fenomenale spel van de afzonderlijke bandleden. Het prachtige solo-intermezzo van Steve Morse, de doorgewinterde drumroffels van Paice en een mooie riff-battle tussen Morse en een violist. Ook beklijft hier echter een gevoel van overdaad. De bandleden mogen hun afzonderlijke trucs zo uitvoerig laten zien, dat de show bijna verzandt in een aaneenschakeling van showmomenten. Deep Purple in Concert with Orchestra is bijna té overdonderend. Het is tekenend dat Gillan en zijn mannen nauwelijks de tijd nemen om een applaus in ontvangst te nemen. De songs zijn nog steeds ijzersterk, de bandleden verrichten wonderen met hun instrumenten, maar de show als geheel lijdt aan een gebrek aan dosering. Tussen de zoveelste onnavolgbare solo en dichtgeplamuurde strijkpartijen zijn er weinig magische momenten waarop alle aanwezige elementen samenkomen tot een echt geheel. Deep Purple is indrukwekkend en weet onmiskenbaar te overweldigen, maar dat is in dit geval helaas niet hetzelfde als bevredigen.
Foto's door Cristel Brouwer |
||||||||||||
Reacties
Ik wist natuurlijk wel dat Ian niet meer zo hoog kon, maar de rest van zijn zang was ronduit slecht. Knauwerig Engels, geen contact met publie, nauwelijks slouplesse in de heupen. Hij sjokte regemaltig het podium af om af en toe op adem te komen. Paul McCartney, Eric Clapton, Steve Winwood konden het toch ook nog. They never let us down. Gelukkig hebben we de plaatjes nog!
Ian Paice is nog steeds een van de beste rockdrummers ter wereld en vormt samen met de altijd sympathieke Roger Glover de retestrakke basis waarop Steve Morse en Don Airey hun virtuositeit kunnen laten horen.
Steve en Don zijn wellicht iets minder agressief in hun manier van spelen dan Blackmore/Lord destijds. Maar vooral de melodieuze solo's van Steve Morse (die inmiddels al meer optredens heeft gedaan bij DP als Blackmore) vind ik persoonlijk een aanwinst voor Deep Puple.
Don Airey heeft minder uitstraling dan Jon Lord en zijn Hammond sound klinkt anders dan Jon's C3 met Marshal in de 70 jaren (maar de Lesliesound van Airey past wel weer goed bij klankkleur van de Music Man van Steve Morse). Verder is Don Airey een fabuleuze keyboardspeler, die bij o.a. Rainbow, Whitesnake, Cozy Powell en Gary Moore al heeft laten horen dat hij een geweldige techniek heeft.
Ian Gillan krijgt de laatste jaren wat meer kritiek, maar laten niet vergeten dat hij begin jaren 70 ook wel uitzonderlijk hoge noten haalde. Het lijkt er wel op dat mensen als Gillan en bijv David Coverdale bij Whitesnake nu slachtoffer worden van hun eigen ongelooflijke prestaties in de jaren 70/80. Mensen die hier kritisch over blijven, moeten naar mijn mening dan maar naar bands luisteren, waarvan de zangers oorspronkelijk al 1 of 2 octaven lager zingen dan Gillan.
Verder moeten we alle vergelijkingen met de voorgaande MK's van Deep Purple maar eens loslaten. Mensen die Child in Time wilden horeen hadden met enig vooronderzoek kunnen weten dat dit sinds halverwege de jaren '90 verdwenen is van de setlist. Deep Purple is ook niet meer de band die over de muzikale snelweg scheurt. Dat hoeft ook niet meer als je al meer dan 40 jaar laat horen wat je in huis hebt.
Tenslotte hoop ik dat Jon Lord die #&%ziekte kanker overwint en in 2012 misschien weer bij de Sunflower Jam met Deep Purple mee kan doen. God bless Jon!
zeker een gemiste kans. jammer.
RSS lijst voor reacties op dit bericht