Fleet Foxes in Heineken Music Hall - Concertrecensie |
| Geschreven door Mark Dyson |
| woensdag, 30 november 2011 15:43 |
|
Het zegt veel dat de band inmiddels een grote zaal als de Heineken Music Hall moet aandoen. Twee jaar geleden stonden de jongens uit Seattle nog in Paradiso. Dat formaat zou ze beter passen, want megalomaan is hun folkmuziek niet te noemen. Hun intieme en breekbare, maar ook verdomd energiek gespeelde songs hebben echter een snaar geraakt bij velen. Na het succes van het tweede album Helplessness Blues is Fleet Foxes de kleine zalen definitief ontgroeid. In de Heineken Music Hall werd duidelijk dat die sterrenstatus hen is overvallen. Entertainers zijn het namelijk niet, deze bebaarde hippies. Fans Gedurende het concert is aan de bandleden af te lezen dat ze nooit een gitaar hebben vastgepakt omdat meisjes daar zo massaal op af komen rennen. Bij Fleet Foxes staat de kwaliteit van de muziek niet alleen voorop; het lijkt het enige dat telt. Direct vanaf opener The Plains/Bitter Dancer zakt de band in een trance van concentratie om daar niet meer uit te komen. Het publiek mag hen misschien ontvangen als helden, zelf lijken ze er geen raad mee te weten. ‘We Love you!’, schreeuwt een dame uitzinnig in het publiek. Links achterin proberen fans hun waardering te uiten door massaal te gaan gillen. Frontman Robin Pecknold heeft er geen snedig antwoord op paraat. Hij stemt zijn gitaar, mompelt wat onverstaanbaars en is in gedachten al bij het volgende nummer. En zo loopt de communicatie met het publiek uitsluitend via hun verbluffend uitgevoerde muziek, waarbij loepzuivere harmoniezang en prachtige melodieën de boventoon voeren. Het zou intiem en sereen zijn, ware het niet dat de liedjes met zoveel temperament de zaal in geknald worden, dat het publiek zich alleen ademloos mee kan laten slepen. Opvallend is dat Fleet Foxes graag vooruit blikt. De nadruk ligt vooral in het begin sterk op het laatste album, met enkele songs van de eerste EP Sun Giant. Doorbraakhit White Winter Hymnal verschijnt pas na drie kwartier als eerste song van de eerste plaat. Als toegift horen we zelfs een nieuw nummer. Pecknold keert terug om solo met een akoestische gitaar het prachtige I Let You te spelen. Geen show Als de band speelt, is het publiek muisstil. Zodra het één seconde stil is, grijpen de fans hun kans om hun opgekropte uitzinnigheid er uit te schreeuwen. Maar het leidt tot een vreemd contrast. De vijfduizend gelukkige bezoekers ontvangen de heren van Fleet Foxes als helden, maar de muzikanten weigeren die status te aanvaarden. Het ongemak is voelbaar. Muzikaal zuigt Pecknold de aandacht van de fans naar zich toe, maar hoe moet hij die connectie persoonlijk maken? Af en toe brabbelt hij iets. “Hoe gaat het?” Het publiek schreeuwt terug. “I Said!....”, probeert hij te vervolgen. Maar daarna zwijgt hij weer om stoïcijns zijn gitaar te gaan stemmen. Wél is hardop te verstaan als Pecknold zijn tweede man erop wijst dat hij tijdens Ragged Wood een stukje is vergeten. The show must go on? Er is geen show, alleen muziek die perfect moet zijn. Pure muzikanten Het is even wennen voor een generatie muziekfans die gewend is dat muziek slechts in dienst staat van je persoonlijkheid. Maar is dat niet juist de reden voor hun heldenstatus? Fleet Foxes bestaat uit pure muzikanten, die hun virtuoze talenten zo serieus nemen dat er geen ruimte is voor dansjes op het podium. Zou dat ook de reden zijn dat de band vooral geliefd is onder jongvolwassenen? De teksten van Pecknold op Helplessness Blues zijn wellicht de ideale coming of age-soundtrack, maar de muziek van Fleet Foxes zou bij uitstek ook de wat oudere generatie moeten aanspreken. Een jonge band die laat horen wat er kan gebeuren als muziek het einddoel is, en niet één van de middelen om tezamen met reality soaps, social media en een leuke stage performance je ego in beeld te krijgen. Daarin is deze band natuurlijk niet de enige, maar wel de meest virtuoze. Dat raakt een snaar, dus beland je in grote zalen als de Heineken Music Hall vol leeftijdsgenoten die je aanbidden. Dan moet je als toegewijde muzikant toch ineens de vlotte jongen uit gaan hangen, terwijl je juist zo groot bent geworden omdat je dat niét bent. De sfeer was inderdaad wat ongemakkelijk , maar de Heineken Music Hall te groot voor Fleet Foxes? Wie vijfduizend jonge ego’s muisstil krijgt met één akoestische gitaar, is helemaal nergens te klein voor. Eerder lijken de ego’s van deze muzikanten te klein voor het succes dat hun talent heeft losgemaakt. En dat is voor de huidige generatie muziekfans een ongekende verademing. |
Reacties
Het feit dat Fleet Foxes zo af en toe wat slippertjes maakt bewijst naar mijn idee nogmaals hoe breekbaar de muziek is. Muziek die meerstemmig en vooral met akoestische instrumenten gespeeld wordt is een vak apart, zeker om dat voor een paar duizend mensen te doen. Bovendien zijn zij een van de weinigen die tijdens hun tour hun nummers nog proberen te verbeteren of enigszins van vorm te veranderen. Weet niet of je hen volgt? Maar check wat filmpjes en je zult zien dat sommige nummers veranderd zijn. Wil je show en aandacht van de artiest, ga naar Lady Gaga. Intimiteit wordt niet alleen gecreeerd door de band, maar ook door publiek, weglopend publiek zal daar zeker niet aan bijdragen.
RSS lijst voor reacties op dit bericht